Voorde toepassing van deze Overeenkomst, wordt het begrip „architectonisch erfgoed” geacht de volgende onroerende goederen te omvatten:
Monumenten: alle bouwwerken van opmerkelijk historisch, archeologisch, artistiek, wetenschappelijk, sociaal of technisch belang, met inbegrip van de bijbehorende uitrusting;
Gebouwen die een architectonische eenheid vormen: homogene groepen van gebouwen in de stad of op het platteland die van opmerkelijk historisch, archeologisch, artistiek, wetenschappelijk, sociaal of technisch belang zijn en waartussen zoveel samenhang bestaat dat deze aangeduid kunnen worden als topografische eenheden;
Waardevolle gebieden: creaties die zijn ontstaan door het samenspel van natuur en mens, die gedeeltelijk zijn bebouwd en die voldoende karakteristiek en homogeen zijn om te worden aangeduid als een topografische eenheid van opmerkelijk historisch, archeologisch, artistiek, wetenschappelijk, sociaal of technisch belang.
Titel
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 juni 1994