Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 38

Territoriale toepasselijkheid

Onderdeel van Verdrag inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 september 1993

1. Iedere Staat kan op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het gebied of de gebieden aangeven waarop deze Overeenkomst van toepassing zal zijn. 2. Iedere Staat kan te allen tijde daarna, door middel van een verklaring gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepasselijkheid van deze Overeenkomst uitbreiden tot een ander in die verklaring genoemd gebied. Ten aanzien van dat gebied treedt de Overeenkomst in werking op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal. 3. Een krachtens de twee voorgaande leden afgelegde verklaring kan, ten aanzien van een in die verklaring genoemd gebied, worden ingetrokken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal. De intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt na het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Rechtspraak bij dit artikel