Naar hoofdinhoud
1. De Verdragsluitende Partijen verlenen elkaar door tussenkomst van hun douaneadministraties administratieve bijstand onder de in dit Verdrag genoemde voorwaarden ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op de douanewetgeving, alsmede voor het invorderen van douanevorderingen. 2. Alle bijstand uit hoofde van dit Verdrag door een van de Verdragsluitende Partijen wordt verleend in overeenstemming met de wettelijke en administratieve bepalingen van haar Staat en binnen de grenzen van de bevoegdheden en beschikbare middelen van haar douaneadministratie. 3. Dit Verdrag geldt onverminderd de huidige en toekomstige verplichtingen van de Republiek Kazachstan en het Koninkrijk der Nederlanden die uit andere internationale overeenkomsten voortvloeien. 4. Dit Verdrag is uitsluitend bedoeld voor de wederzijdse administratieve bijstand tussen de Verdragsluitende Partijen; particulieren kunnen aan de bepalingen van dit Verdrag niet het recht ontlenen bewijsmateriaal te doen verkrijgen, te doen achterhouden of ontoelaatbaar te doen verklaren dan wel de uitvoering van een verzoek te doen beletten. 5. Dit Verdrag laat onverlet de regelgeving inzake wederzijdse bijstand in strafzaken. Indien wederzijdse bijstand dient te worden verleend in overeenstemming met een andere geldende overeenkomst tussen de Staten van de Partijen, geeft de aangezochte administratie aan welke autoriteiten het betreft.

Rechtspraak bij dit artikel