Naar hoofdinhoud

Artikel II

Artikel II

Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake technische samenwerking· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 2 maart 1982

In verband met de projecten zal de Regering van de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka: de Nederlandse adviseurs, deskundigen, technici, vertegenwoordigers of employés, die door de Nederlandse Regering ter beschikking worden gesteld (hierna te noemen „het Nederlandse personeel”) krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst vrijstellen van alle belastingen en andere fiscale heffingen ten aanzien van alle hun door de Nederlandse Regering betaalde vergoedingen; een snelle inklaring, vrij van invoerrechten, bevorderen van door het Nederlandse personeel in Sri Lanka ingevoerde beroepsuitrusting. Deze bepaling heeft ook betrekking op bonafide persoonlijke bezittingen en huisraad en één motorvoertuig voor elk lid van het Nederlandse personeel in Sri Lanka, ingevoerd binnen zes maanden na aankomst. Het krachtens deze bepaling ingevoerde huisraad en de ingevoerde motorvoertuigen dienen bij vertrek weer uit Sri Lanka te worden uitgevoerd of van de hand te worden gedaan op een wijze als door de Regering van Sri Lanka wordt bepaald; de kosteloze verschaffing van inreisvisa en werkvergunningen regelen aan het door de Nederlandse Regering bij een project te werk gestelde of te werk te stellen Nederlandse personeel; het Nederlandse personeel, wat alle Nederlandse vergoedingen betreft, de gunstigste wisselfaciliteiten verlenen, te weten rekeningen voor niet-ingezetenen; het Nederlandse personeel, alsmede de gezinnen daarvan, in Sri Lanka repatriëringsfaciliteiten bieden in tijden van nationale of internationale crises; het Nederlandse personeel een identificatiedocument verschaffen, waarin opgenomen de naam van de houder, de functie die hij bekleedt en de naam van de instelling of de organisatie die hem heeft uitgezonden; ervoor zorg dragen dat het Nederlandse personeel, alsmede de gezinnen daarvan, worden behandeld op een wijze die niet minder gunstig is dan die waarop door een ander land of een andere internationale organisatie aan Sri Lanka toegewezen personeel voor technische bijstand wordt behandeld.

Rechtspraak bij dit artikel