Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 15

Artikel 15

Onderdeel van Verdrag inzake de vertegenwoordiging bij de internationale koop van roerende zaken· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

1. Een handeling van een vertegenwoordiger die zonder bevoegdheid of buiten zijn bevoegdheid handelt, kan door de vertegenwoordigde worden bekrachtigd. Bij bekrachtiging van de handeling heeft deze dezelfde gevolgen als wanneer zij oorspronkelijk met vertegenwoordigingsbevoegdheid was verricht. 2. Wanneer de derde, ten tijde van de handeling van de vertegenwoordiger, het ontbreken van een vertegenwoordigingsbevoegdheid niet kende of had behoren te kennen, is hij jegens de vertegenwoordigde niet aansprakelijk indien hij te eniger tijd voor de bekrachtiging kennisgeving doet van zijn weigering door een bekrachtiging te worden gebonden. Wanneer de vertegenwoordigde de handeling bekrachtigt, maar zulks niet binnen een redelijke tijd doet, kan de derde weigeren door de bekrachtiging te worden gebonden, indien hij de vertegenwoordigde onverwijld daarvan kennisgeving doet. 3. Wanneer evenwel de derde het ontbreken van de bevoegdheid van de vertegenwoordiger wist of had behoren te weten, kan de derde niet weigeren door een bekrachtiging te worden gebonden voor het verstrijken van een voor bekrachtiging overeengekomen termijn of, bij gebreke van overeenstemming, van een door de derde te bepalen redelijke termijn. 4. De derde kan weigeren een gedeeltelijke bekrachtiging te aanvaarden. 5. De bekrachtiging wordt rechtsgeldig wanneer de kennisgeving daarvan de derde bereikt of deze er anderszins kennis van neemt. Als zij eenmaal rechtsgeldig is, kan zij niet worden herroepen. 6. De bekrachtiging geldt ook indien de handeling zelf niet daadwerkelijk zou kunnen zijn verricht op het tijdstip van bekrachtiging. 7. Wanneer de handeling is verricht namens een onderneming of andere rechtspersoon voordat deze is opgericht, geldt de bekrachtiging slechts indien zij is toegestaan bij de wet van de Staat die van toepassing is op de oprichting. 8. De bekrachtiging behoeft niet aan enig vormvereiste te voldoen. Zij kan uitdrukkelijk geschieden of worden afgeleid uit het gedrag van de vertegenwoordigde.

Rechtspraak bij dit artikel