Naar hoofdinhoud
1. De Staten nemen op zich elkaar hulp en bijstand te verlenen bij de invordering van de belastingen die het onderwerp van deze Overeenkomst uitmaken, met inbegrip van interest, kosten, verhogin gen van belasting en boeten van niet-strafrechtelijke aard. 3. Ingeval van verzoeken tot invordering van belastingen worden onherroepelijk vaststaande belastingvorderingen van elk van de Staten door de andere Staat ter invordering aanvaard en in die Staat geïnd overeenkomstig de wetten die van toepassing zijn voor de invordering en inning van zijn eigen belastingen, met dien verstande dat zulke vorderingen in de laatstbedoelde Staat geen wettelijke voorrang genieten. Noorse belastingvorderingen worden als onherroepelijk vaststaand beschouwd, indien zij niet meer kunnen worden gewijzigd ingevolge administratief beroep. De aangezochte Staat is niet gehouden over te gaan tot executoriale maatregelen waarvoor de wet van de verzoekende Staat geen voorziening inhoudt. 4. Elk verzoek gaat vergezeld van bescheiden waaruit blijkt dat volgens de wetten van de verzoekende Staat de belastingen onherroepelijk zijn komen vast te staan in de zin van het tweede lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel