Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij de context anders vereist: betekent de uitdrukking „Staat” Noorwegen of Nederland, al naar de context vereist; betekent de uitdrukking „Staten” Noorwegen en Nederland; betekent de uitdrukking „Noorwegen” het Koninkrijk Noorwegen, daaronder begrepen elk gebied buiten de territoriale wateren van het Koninkrijk Noorwegen waar het Koninkrijk Noorwegen, in overeenstemming met de Noorse wetgeving en in overeenstemming met het internationale recht, zijn rechten met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond alsmede de natuurlijke rijkdommen daarvan kan uitoefenen; de uitdrukking omvat niet Svalbard (Spitsbergen), Jan Mayen en de van Noorwegen afhankelijke gebieden („biland”); betekent de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan voor zover dat gebied in overeenstemming met het internationale recht krachtens de Nederlandse wetgeving is geweest of zal worden aangemerkt als een gebied waarbinnen Nederland bepaalde rechten kan uitoefenen met betrekking tot de exploratie en exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van de zeebodem of de ondergrond daarvan; betekent de uitdrukking „onderdaan”: elke natuurlijke persoon die de nationaliteit van een van de Staten bezit; elke rechtspersoon, vennootschap en vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in een van de Staten van kracht is; omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen; betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld; betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een van de Staten” en „onderneming van de andere Staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat; betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of een luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een van de Staten is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere Staat zijn gelegen; betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”: in Noorwegen de Minister van Financiën en Douane of zijn bevoegde vertegenwoordiger; in Nederland de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger. 2. Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel