**1.** De Raad heeft de bevoegdheid alle maatregelen te treffen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van dit Verdrag.
**2.** De Raad heeft in het bijzonder de bevoegdheid:
met eenparigheid van stemmen van de Lid-Staten:
te beslissen omtrent de toetreding van de in artikel 16 bedoelde Staten en omtrent de voorwaarden die voor deze toetreding gelden;
te beslissen omtrent het aannemen van verplichte programma's en het goedkeuren van de Algemene Begroting zoals bedoeld in artikel 3.1;
te beslissen omtrent het plafond van de bijdragen voor de Algemene Begroting voor een tijdvak van vijf jaar, één jaar voor het eind van dat tijdvak, of dat plafond te herzien;
te beslissen omtrent maatregelen inzake de financiering van programma's, bijvoorbeeld door middel van leningen;
overboekingen te machtigen van de begroting van het ene verplichte programma naar die van een ander verplicht programma;
te beslissen omtrent wijzigingen in goedgekeurde Programma resoluties en Programmabeschrijvingen zoals bedoeld in artikel 3.1;
het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met Staten die geen lid zijn, goed te keuren;
te beslissen omtrent het al dan niet ontbinden van EUMETSAT overeenkomstig het bepaalde in artikel 20;
de Bijlagen bij dit Verdrag te wijzigen;
kostenoverschrijdingen van meer dan 10 % goed te keuren, en daarmee het oorspronkelijke financiële kader of plafond voor verplichte programma's (met uitzondering van het MOP) verhogend.
beslissingen te nemen omtrent ten behoeve van derde partijen te verrichten werkzaamheden.
met een tweederde meerderheid van stemmen van de aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten, die tevens ten minste tweederde van het totale bedrag aan BNP-bijdragen vertegenwoordigen (respectievelijk MOP-bijdragen voor i. hieronder):
de jaarlijkse begroting voor het MOP goed te keuren, samen met de daarbij behorende personeelsformatie alsmede de daarbij gevoegde termijnen van de uitgaven en begrote ontvangsten voor de daaropvolgende drie jaar;
de financiële voorschriften alsmede alle andere financiële bepalingen goed te keuren;
te beslissen omtrent de wijze waarop EUMETSAT wordt ontbonden overeenkomstig het bepaalde in artikel 20.3 en 20.4;
te beslissen omtrent de uitsluiting van een Lid-Staat overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, en omtrent de voorwaarden voor die uitsluiting;
te beslissen omtrent eventuele verplaatsing van de zetel van EUMETSAT;
het personeelsreglement vast te stellen;
met betrekking tot verplichte programma's te beslissen omtrent het verspreidingsbeleid voor satellietgegevens.
met een aantal stemmen dat ten minste tweederde vertegenwoordigt van het totale bedrag aan bijdragen en de helft van de aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten:
de jaarlijkse Algemene Begroting en de jaarlijkse begrotingen voor de verplichte programma's (met uitzondering van het MOP) goed te keuren, samen met de daarbij behorende personeelsformatie alsmede de daarbij gevoegde termijnen van uitgaven en begrote ontvangsten voor de daaropvolgende drie jaar;
kostenoverschrijdingen tot 10% goed te keuren, en daarmee het oorspronkelijke financiële kader of plafond (met uitzondering van het MOP) verhogend.
jaarlijks de rekeningen van het voorgaande jaar goed te keuren, samen met de balans van de activa en passiva van EUMETSAT, na kennisneming van het accountantsrapport, en de Directeur Generaal decharge te verlenen met betrekking tot het tot uitvoering brengen van de begroting;
te beslissen omtrent alle andere de verplichte programma's betreffende maatregelen die financiële gevolgen hebben voor de Organisatie;
met een tweederde meerderheid van.de aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten:
de Directeur-Generaal voor een bepaalde termijn te benoemen, hem te ontslaan ofte schorsen; in geval van schorsing wijst de Raad een Plaatsvervangend Directeur-Generaal aan;
de operationele specificaties van verplichte satellietprogramma's vast te stellen, alsmede de produkten en diensten;
te besluiten dat een voorgenomen facultatief programma strookt met de doelstellingen van EUMETSAT, en dat het programma strookt met het algemene kader van het Verdrag en de door de Raad aanvaarde voorschriften voor de toepassing ervan;
het sluiten van overeenkomsten met Lid-Staten, internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties of nationale organisaties van Lid-Staten goed te keuren;
aanbevelingen aan Lid-Staten betreffende wijzigingen op dit Verdrag aan te nemen;
zijn eigen huishoudelijk reglement vast te stellen;
de accountants te benoemen en te beslissen over de duur van hun benoeming.
met een meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten:
de benoeming en het ontslag van de hogere functionarissen goed te keuren;
te beslissen omtrent het instellen van hulporganen en werkgroepen en hun taakomschrijving te bepalen;
te beslissen omtrent alle overige maatregelen die niet uitdrukkelijk in dit Verdrag zijn bepaald.
**3.** Voor facultatieve programma's gelden de volgende specifieke voorschriften:
De Programmaverklaring wordt aangenomen met een tweederde meerderheid van de belangstellende, aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten.
Omtrent alle maatregelen voor de uitvoering van een facultatief programma wordt beslist met een aantal stemmen dat ten minste tweederde van de bijdragen vertegenwoordigt en een derde van de aanwezige en hun stem uitbrengende Deelnemers.
De coëfficiënt van een Deelnemer is beperkt tot 30%, zelfs indien het percentage van zijn financiële bijdrage hoger is.
Voor wijzigingen van de Programmaverklaring en voor beslissingen omtrent toetreding is eenparigheid van stemmen van alle Deelnemers vereist.
**4.** Elke Lid-Staat brengt één stem uit in de Raad. Een Lid-Staat heeft echter geen stemrecht in de Raad indien het achterstallig bedrag van zijn bijdragen groter is dan het vastgestelde bedrag van zijn bijdragen voor het lopende boekjaar. In dat geval kan de betrokken Lid-Staat niettemin worden gemachtigd zijn stem uit te brengen indien een tweederde meerderheid van alle stemgerechtigde Lid-Staten van oordeel is dat het achterwege-blijven van betaling te wijten is aan omstandigheden buiten zijn schuld. Ten behoeve van de vaststelling van de eenparigheid dan wel de meerderheid van stemmen, zoals bepaald in dit Verdrag, blijft een Lid-Staat die niet gerechtigd is zijn stem uit te brengen, buiten beschouwing. Bovenstaande voorschriften zijn mutatis mutandis van toepassing op facultatieve programma's.
De uitdrukking „aanwezige en hun stem uitbrengende Lid-Staten” dient te worden opgevat als de Lid-Staten die voor- of tegenstemmen. Lid-Staten die zich van stemming onthouden, worden geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen.
**5.** De aanwezigheid van vertegenwoordigers van een meerderheid van alle Lid-Staten die gerechtigd zijn hun stem uit te brengen, is noodzakelijk om een quorum te vormen. Dit voorschrift geldt mutatis mutandis voor facultatieve programma's. Beslissingen van de Raad met betrekking tot dringende aangelegenheden kunnen worden verkregen door middel van een schriftelijke procedure tussen twee zittingen van de Raad in.
Artikel 5
Functie van de Raad
Onderdeel van Verdrag tot oprichting van een Europese Organisatie voor de exploitatie van meteorologische satellieten "EUMETSAT"· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 19 november 2000