De volgende kosten komen ten laste van het Gemeenschappelijke Fonds:
toelagen wegens het verrichten van werkzaamheden in het buitenland, voortvloeiend uit de standplaats voor de Projectgroep; deze toelagen zullen rechtstreeks worden uitbetaald aan de leden van de Projectgroep door hun werkgevers;
reiskosten en daarmee verbonden kosten van levensonderhoud in verband met het werk van de Projectgroep;
de kosten van het aanstellen of inhuren van een Projectdirecteur;
diensten in de vorm van voorzieningen op het gebied van computers en tekenkamers, alsmede technische en administratieve bijstand en hulp bij contracten en secretariaatswerkzaamheden, door het NLR verleend of, ingeval de Projectgroep wordt overgeplaatst, door DFVLR; de kosten van deze diensten worden op niet-commerciële basis in rekening gebracht;
de directe bedrijfskosten van de Projectgroep (zoals telefoonkosten); de kantoorruimte voor de Projectgroep wordt in het begin door het NLR ter beschikking gesteld en daarna zo nodig door de gastvrijheid verlenende instelling, op nader met de Stuurgroep overeen te komen voorwaarden; de gebruikelijke kosten van lunches en verversingen tijdens de werkuren worden door elk lid van de Projectgroep zelf betaald;
exploitatiekosten van de PETW;
de kosten van alle werkzaamheden, uitbesteed aan ingenieursbureaus, nationale instellingen voor wetenschappelijk onderzoek, de industrie e.d.; de werkzaamheden worden verdeeld overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 28, met uitzondering van de gevallen waarin de landen van de Regeringen niet beschikken over de speciale deskundigheid.
Titel
Artikel 26
Artikel 26
Deze tekst geldt sinds 13 april 1988