In geval van overlijden van een lid van de Nederlandse strijdkrachten op Frans grondgebied tijdens of in verband met oefeningen in Frankrijk, moet het overlijden worden aangegeven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waarin dit heeft plaatsgevonden. De dood wordt vastgesteld door een bevoegde Franse arts, die de overlijdensakte opmaakt.
Indien de Franse gerechtelijke autoriteit lijkschouwing gelast, wordt deze gezamenlijk verricht door een Franse arts aangewezen door de gerechtelijke autoriteit en door een Nederlandse militaire arts aangewezen door de Nederlandse militaire instanties, op een tijdstip en plaats zoals bepaald door de gerechtelijke autoriteit.
De Nederlandse militaire instanties mogen over het stoffelijk overschot beschikken zodra hun toestemming is verleend door de Franse militaire instantie.
De overbrenging van het stoffelijk overschot uit Frankrijk geschiedt overeenkomstig de van kracht zijnde Franse Wetgeving op dit gebied.
De Nederlandse militaire instanties verplichten zich ertoe de Franse autoriteiten, op hun verzoek, alle gegevens over de overbrenging te verstrekken.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek inzake het verblijf van Nederlandse strijdkrachten in Frankrijk· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 12 september 1990