Naar hoofdinhoud
De door de Nederlandse eenheid te houden grote en kleine oefeningen en schietoefeningen dienen plaats te vinden overeenkomstig de vaste orders van de desbetreffende legerplaats en overeenkomstig de in vredestijd geldende veiligheidsmaatregelen voor grond-grond artillerieschietoefeningen. Wanneer bij een gebeurtenis waarbij personeel dan wel materieel is betrokken dat toebehoort aan het Nederlandse detachement, iemand lichamelijk gewond is geraakt, of materiële schade aan derden is toegebracht, maken de Nederlandse militairen van het detachement hiervan zo spoedig mogelijk melding: rechtstreeks aan de dichtstbijzijnde gendarmeriebrigade, indien de gebeurtenis heeft plaatsgevonden buiten de legerplaats; of anders aan de commandant van de legerplaats. Deze autoriteit dient dan zo spoedig mogelijk de bevoegde gendarmeriebrigade te waarschuwen. In geval van schade veroorzaakt tijdens of bij grote oefeningen of verplaatsingen stellen de Franse en Nederlandse autoriteiten elkaar hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Met inachtneming van de bijzondere bepalingen genoemd in artikel 5, laatste zin hierboven, geschiedt de schaderegeling overeenkomstig artikel VIII van het Verdrag dat op 19 juni 1951 te Londen is ondertekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel