Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Samenwerking in noodsituaties

Onderdeel van Verdrag inzake de bescherming en ontwikkeling van het mariene milieu in het Caraïbisch gebied· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 11 oktober 1986

1. De Verdragsluitende Partijen werken samen bij het nemen van alle noodzakelijke maatregelen voor het optreden in noodsituaties betreffende verontreiniging in het Verdragsgebied, ongeacht de oorzaak van zodanige noodsituaties, en voor het bestrijden, verminderen of wegnemen van de daaruit voortvloeiende verontreiniging of de dreiging van verontreiniging. Hiertoe zullen de Verdragsluitende Partijen afzonderlijk en gezamenlijk rampenplannen opstellen en deze bevorderen ten einde te kunnen optreden bij voorvallen die verontreiniging of de dreiging daarvan in het Verdragsgebied met zich brengen. 2. Wanneer een Verdragsluitende Partij gevallen ter kennis komen waarin het Verdragsgebied in onmiddellijk gevaar van verontreiniging verkeert of is verontreinigd, stelt zij onmiddellijk andere Staten die naar alle waarschijnlijkheid door zodanige verontreiniging zullen worden getroffen, alsook de bevoegde internationale organisaties, daarvan in kennis. Voorts stelt zij zo spoedig mogelijk, deze andere Staten en bevoegde internationale organisaties in kennis van de maatregelen die zij heeft genomen om de verontreiniging of de dreiging daarvan te verminderen of tot een minimum te beperken.

Rechtspraak bij dit artikel