**1.** Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een luchtvaartmaatschappij die door de andere Overeenkomstsluitende Partij is aangewezen, op te schorten of aan de uitoefening van deze rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden, indien:
niet te haren genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het feitelijke toezicht op deze luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij; of
deze luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten of de voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die haar deze rechten heeft verleend, na te leven; of
de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie uit te oefenen overeenkomstig de voorwaarden, gesteld ingevolge deze Overeenkomst.
**2.** Tenzij onmiddellijke intrekking of opschorting of het onmiddellijk stellen van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorwaarden noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuken op wetten of voorschriften, wordt zulk een recht slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij.
**3.** Ingeval een der Overeenkomstsluitende Partijen gebruik maakt van haar rechten krachtens dit artikel, blijven de in artikel 13 toegekende rechten van de andere Overeenkomstsluitende Partij onverlet.
Artikel 4
Intrekking of opschorting van een exploitatievergunning
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Sultanaat Oman inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 28 mei 1984