Naar hoofdinhoud
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder „tarief” verstaan een door de luchtvaartmaatschappijen, rechtstreeks of via hun vertegenwoordigers, van een persoon of rechtspersoon geheven of te heffen bedrag voor het vervoer van passagiers (met hun bagage) en vracht (met uitzondering van post), met inbegrip van: de voorwaarden betreffende de geldigheid en de toepassing van een tarief; en de kosten van en de voorwaarden voor de door de luchtvaartmaatschappijen verleende extra diensten met betrekking tot dit vervoer. 2. De tarieven die door de luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij worden geheven voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden op een redelijk niveau vastgesteld, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen. 3. De in het tweede lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen in overleg met de andere luchtvaartmaatschappijen die de route of een deel daarvan exploiteren. Deze overeenstemming dient, indien mogelijk, te worden bereikt met gebruikmaking van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging of een soortgelijke internationaal erkende bedrijfsorganisatie. 4. De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd ten minste vijfenveertig (45) dagen vóór de voorgestelde datum van invoering. In bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, indien de genoemde autoriteiten zulks overeenkomen. 5. Deze goedkeuring kan uitdrukkelijk worden verleend. Indien de luchtvaartautoriteiten niet binnen dertig (30) dagen, te rekenen van de datum waarop deze tarieven in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel zijn voorgelegd, te kennen hebben gegeven deze niet goed te keuren, worden zij geacht te zijn goedgekeurd. Ingeval het tijdvak van voorlegging is verkort, zoals voorzien in het vierde lid, kunnen de luchtvaartautoriteiten onderling overeenkomen dat het tijdvak waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan dat niet tot goedkeuring wordt overgegaan, korter is dan dertig (30) dagen. 6. Indien gedurende het overeenkomstig het vijfde lid van dit artikel van toepassing zijnde tijdvak de luchtvaartautoriteiten van de ene Overeenkomstsluitende Partij hun goedkeuring onthouden aan een door of namens de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij overeenkomstig de bepalingen van het vierde lid van dit artikel aan hen voorgelegd tarief, trachten de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, op verzoek van een van hen, het tarief in onderlinge overeenstemming vast te stellen en doen al het mogelijke om deze overeenstemming ten uitvoer te brengen. 7. Indien de luchtvaartautoriteiten, na eventueel overleg met de luchtvaartautoriteiten van een andere Staat of andere Staten, geen overeenstemming kunnen bereiken over de vaststelling van een tarief ingevolge het zesde lid van dit artikel, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van artikel 13 van deze Overeenkomst. 8. Een overeenkomstig de bepalingen van dit artikel vastgesteld tarief blijft van kracht totdat een nieuw tarief is vastgesteld. Niettemin wordt een tarief niet op grond van dit lid verlengd voor langer dan twaalf (12) maanden na de datum waarop het anders zou zijn vervallen.

Rechtspraak bij dit artikel