**1.** Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding het gebied of de gebieden aanwijzen waarop dit Verdrag van toepassing is.
**2.** Elke Staat kan te allen tijde daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, de toepassing van dit Verdrag uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangewezen gebied. Ten aanzien van dit gebied treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de verklaring door de Secretaris-Generaal.
**3.** Elke verklaring, gedaan krachtens beide vorige leden, kan ten aanzien van ieder in die verklaring aangewezen gebied, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving. Deze intrekking wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
HOOFDSTUK IV
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Verdrag inzake handel met voorkennis· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1994