De Partijen verbinden zich ertoe, in overeenstemming met de bepalingen van dit hoofdstuk, elkaar de grootst mogelijke mate van wederzijdse bijstand te verlenen bij het uitwisselen van gegevens die verband houden met feiten die duidelijk maken of het vermoeden doen rijzen dat ongeoorloofde handelingen met voorkennis zijn verricht.
HOOFDSTUK II
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verdrag inzake handel met voorkennis· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1994