Persoonsgegevens die langs geautomatiseerde weg worden verwerkt, dienen:
op eerlijke en rechtmatige wijze te worden verkregen en verwerkt;
te worden opgeslagen voor bepaalde en legitieme doeleinden en niet te worden gebruikt op een wijze die onverenigbaar is met die doeleinden;
toereikend, ter zake dienend en niet overmatig te zijn, uitgaande van de doeleinden waarvoor zij worden opgeslagen;
nauwkeurig te zijn en, zo nodig, te worden bijgewerkt;
te worden bewaard in een zodanige vorm dat de betrokkene hierdoor niet langer te identificeren is dan strikt noodzakelijk is voor het doel waarvoor de gegevens zijn opgeslagen.
HOOFDSTUK II
Artikel 5
Hoedanigheid van de gegevens
Onderdeel van Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 december 1993