**1.** Elk dier, gebruikt of bestemd voor gebruik in een procedure, krijgt een onderkomen, een omgeving, ten minste een zekere bewegingsvrijheid, voedsel, water en verzorging passend bij zijn gezondheid en zijn welzijn. Iedere beperking van de mate waarin het dier aan zijn fysiologische en ethologische behoeften kan voldoen, dient zo gering mogelijk te zijn. Bij de naleving van deze bepaling ware acht te slaan op de richtlijnen voor huisvesting en verzorging van dieren, vervat in Bijlage A bij deze Overeenkomst.
**2.** De omstandigheden van de omgeving, waarin dieren worden gefokt, gehouden of gebruikt, dienen dagelijks te worden gecontroleerd.
**3.** Het welzijn en de gezondheidstoestand van de dieren dienen geobserveerd te worden met voldoende nauwkeurigheid en frequentie om pijn, onnodig lijden, angst of blijvend letsel te voorkomen.
**4.** Iedere Partij dient de maatregelen te treffen noodzakelijk voor het op zo kort mogelijke termijn ongedaan maken van ieder geconstateerd gebrek of lijden.
DEEL II
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Europese Overeenkomst voor de bescherming van gewervelde dieren die worden gebruikt voor experimentele en andere wetenschappelijke doeleinden, zoals gewijzigd door het Protocol tot wijziging· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1997