Naar hoofdinhoud
Een procedure dient te worden verricht onder algehele of plaatselijke anaesthesie of analgesie of middels andere methoden gericht op het zoveel mogelijk uitschakelen van pijn, lijden, angst of blijvend letsel, toegepast gedurende de gehele procedure, tenzij: de pijn veroorzaakt door de procedure minder is dan de verstoring van het welzijn van het dier veroorzaakt door de toepassing van anaesthesie of analgesie, of de toepassing van anaesthesie of analgesie onverenigbaar is met het doel van de procedure. In een dergelijk geval dienen passende wettelijke en/of administratieve maatregelen getroffen te worden om te verzekeren dat een dergelijke procedure niet onnodig wordt verricht.

Rechtspraak bij dit artikel