Op de verstrekking en het gebruik van persoonsgegevens (hierna te noemen „gegevens") uit hoofde van dit Verdrag zijn behoudens het nationale recht van elke Verdragsluitende Staat de volgende bepalingen van toepassing:
De ontvangende instantie van een Verdragsluitende Staat informeert de verstrekkende instantie van de andere Verdragsluitende Staat op verzoek over het gebruik van de verstrekte gegevens en de hiermee bereikte resultaten.
Het gebruik van de gegevens door de ontvangende instantie is slechts toegestaan voor de in dit Verdrag genoemde doelen en onder de door de verstrekkende instantie opgelegde voorwaarden. Het gebruik ervan is voorts toegestaan ter voorkoming en vervolging van ernstige strafbare feiten alsmede ter afwending van aanzienlijke gevaren voor de openbare veiligheid.
De verstrekkende instantie is verplicht erop toe te zien dat de te verstrekken gegevens juist zijn en dat de verstrekking ervan noodzakelijk is en in verhouding staat tot het ermee beoogde doel. Hierbij dienen de naar het desbetreffende nationale recht geldende bepalingen inhoudende een verbod op de verstrekking van de gegevens in acht genomen te worden. De verstrekking van de gegevens blijft achterwege indien de verstrekkende instantie reden heeft aan te nemen dat zulks in strijd met het doel van een nationale wet zou zijn of afbreuk zou doen aan voor bescherming vatbare belangen van de betrokken personen. Indien blijkt dat er onjuiste gegevens of gegevens zijn verstrekt die niet hadden mogen worden verstrekt, dient de ontvangende instantie hiervan onverwijld in kennis gesteld te worden. Zij is verplicht de gegevens onverwijld te corrigeren of te vernietigen.
De betrokkene dient op verzoek geïnformeerd te worden over de ten aanzien van zijn persoon beschikbare gegevens alsmede over het hiermee beoogde gebruiksdoel. De verstrekking van dergelijke informatie kan worden geweigerd indien het staatsbelang om de informatie niet te verstrekken zwaarder weegt dan het belang van de verzoeker. Voor het overige wordt het recht van de betrokkene op informatie bepaald door het nationale recht van de Verdragsluitende Staat op wiens grondgebied het verzoek om informatie wordt ingediend.
De verstrekkende instantie wijst bij de verstrekking van de gegevens op de naar haar nationale recht geldende termijnen voor het bewaren van deze gegevens, na afloop waarvan de gegevens moeten worden gewist. De verstrekte gegevens dienen ongeacht bedoelde termijnen gewist te worden zodra ze niet meer nodig zijn voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt.
De verstrekkende en ontvangende instantie waarborgen dat verstrekking en ontvangst van de gegevens in een akte worden vastgelegd.
De verstrekkende en ontvangende instantie zijn verplicht de verstrekte gegevens effectief tegen onbevoegde toegang, onbevoegde wijziging en onbevoegde openbaarmaking te beschermen.
Indien iemand in verband met de verstrekking van gegevens uit hoofde van dit Verdrag wederrechtelijk schade wordt toegebracht, is de ontvangende instantie jegens hem verplicht de schade overeenkomstig haar nationale recht te vergoeden. Zij kan zich er tegenover de benadeelde niet op beroepen dat de schade door de verstrekkende instantie is veroorzaakt. Indien de ontvangende instantie schadevergoeding betaalt wegens schade die door het gebruik van onjuist of onterecht verstrekte gegevens is veroorzaakt, stelt de verstrekkende instantie de ontvangende instantie schadeloos voor het bedrag van de betaalde schadevergoeding.
Artikel 11
Gegevensbescherming
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2007