Naar hoofdinhoud
1. De Partijen komen overeen, in hun jaarlijkse kostengrondslag voor de en-route heffingen een bedrag op te nemen dat overeenkomt met de jaarlijkse afschrijving en rentelasten op de kapitaaluitgaven wegens de in het luchtverkeersleidingscentrum Maastricht verrichte investeringen, en deze bedragen onderling om te slaan in evenredigheid met het luchtverkeersleidingspersoneel dat ingedeeld is bij de verkeersleidingssectoren voor het luchtruim van elk der Partijen, waarbij het luchtruim van het Koninkrijk België en van het Groothertogdom Luxemburg als geheel wordt beschouwd. 2. De Partijen komen overeen, de bedrijfskosten met betrekking tot de beveiliging van het algemene luchtverkeer door het luchtverkeersleidingscentrum Maastricht om te slaan volgens dezelfde verdeelsleutel als in lid 1 is omschreven. 3. De aandelen die voortvloeien uit de toepassing van de hierboven in lid 1 en 2 bedoelde verdeelsleutel, worden jaarlijks berekend op basis van de op 1 januari van het desbetreffende begrotingsjaar bestaande toestand en worden door de Partijen onderling overeengekomen in het kader van de werkzaamheden inzake de begrotingsramingen als bedoeld in artikel 1, lid 2.f, van deze Overeenkomst. 4. De respectievelijk door het Koninkrijk België en het Groothertogdom Luxemburg ingevolge bovenstaande leden 1 en 2 te dragen aandelen, die als een geheel worden beschouwd, worden door deze Staten verdeeld op basis van de in de Bijlage van deze Overeenkomst vermelde percentages.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel