Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 20

Tewerkstelling van gezinsleden van de rechters, de Aanklager, de Substituut-Aanklager, de Griffier, het Hoofd van het kantoor van de verdediging en het personeel van het Tribunaal

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2009

1. Het wordt gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van een rechter, Aanklager, Substituut-Aanklager, Griffier, Hoofd van het kantoor van de verdediging of een lid van het personeel van het Tribunaal toegestaan in het Gastland betaalde werkzaamheden te verrichten gedurende het tijdvak waarin de desbetreffende rechter, Aanklager, Substituut-Aanklager, Griffier of het desbetreffende Hoofd van het kantoor van de verdediging of het lid van het personeel van het Tribunaal is aangesteld. 2. Gezinsleden die deel uitmaken van de huishouding van een rechter, Aanklager, Substituut-Aanklager, Griffier, Hoofd van het kantoor van de verdediging of een lid van het personeel van het Tribunaal die betaalde werkzaamheden verrichten, genieten geen immuniteit ten aanzien van de strafrechtelijke, civielrechtelijke of bestuursrechtelijke rechtsmacht wat betreft aangelegenheden die ontstaan in de loop van of verband houden met deze werkzaamheden, met dien verstande dat executiemaatregelen worden genomen zonder inbreuk te maken op de onschendbaarheid van hun persoon of hun woning, indien zij recht hebben op een dergelijke onschendbaarheid. 3. Bij insolventie van een persoon jonger dan 18 jaar in verband met een vordering die voortvloeit uit betaalde werkzaamheden van die persoon wordt in overeenstemming met de bepalingen van artikel 28 van dit Verdrag ten behoeve van schikking van de vordering afstand gedaan van de immuniteit van de rechter, Aanklager, Substituut-Aanklager, Griffier, Hoofd van het kantoor van de verdediging of het lid van het personeel van het Tribunaal van wiens gezin de betrokkene lid is. 4. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werkzaamheden dienen in overeenstemming te zijn met de wetgeving van het Gastland, met inbegrip van de wetgeving inzake belastingen en sociale zekerheid.

Rechtspraak bij dit artikel