Naar hoofdinhoud

DEEL III

Artikel 24

Slachtoffers

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de Zetel van het Speciaal Tribunaal voor Libanon· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2009

1. Slachtoffers die deelnemen aan de procedure overeenkomstig artikel 17 van het Statuut en het van toepassing zijnde Reglement van proces- en bewijsvoering genieten de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten voor zover benodigd voor hun verschijning voor het Tribunaal, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd: immuniteit van arrestatie en detentie of enige andere vrijheidsbeperking met betrekking tot handelingen of veroordelingen voorafgaand aan hun binnenkomst op het grondgebied van het Gastland; immuniteit van inbeslagname van hun persoonlijke bagage, tenzij gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de bagage artikelen bevat waarvan de invoer of uitvoer bij wet verboden is of waarop de quarantainevoorschriften van het Gastland van toepassing zijn; immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun verschijning voor het Tribunaal gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning voor het Tribunaal; onschendbaarheid van alle stukken en documenten in welke vorm dan ook en materiaal met betrekking tot hun deelname aan de procedure voor het Tribunaal; vrijstelling van inreisbeperkingen en vreemdelingenregistratie wanneer zij ten behoeve van hun verschijning naar en van het Tribunaal reizen. 2. Aan slachtoffers wordt door de Griffier een document uitgereikt waaruit hun deelname aan de procedure voor het Tribunaal blijkt en waarin het tijdsbestek van die deelname wordt vermeld. Een dergelijk document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien het slachtoffer niet langer deelneemt aan de procedures voor het Tribunaal, of de aanwezigheid van het slachtoffer op de zetel van het Tribunaal niet langer vereist is. 3. De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van het betrokken slachtoffer niet langer door het Tribunaal vereist is, op voorwaarde dat een dergelijk slachtoffer de gelegenheid heeft gehad het Gastland in dat tijdvak te verlaten. 4. Slachtoffers die onderdaan van het Gastland zijn of duurzaam verblijf houden in het gastland, genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten uitgezonderd, voor zover benodigd voor hun verschijning voor het Tribunaal, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun verschijning voor het Tribunaal gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen; deze immuniteit blijft ook gelden na hun verschijning voor het Tribunaal. 5. Slachtoffers worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun verschijning voor het Tribunaal kan beïnvloeden.

Rechtspraak bij dit artikel