Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Identiteitskaarten

Onderdeel van Zetelovereenkomst voor de Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom (merken en tekeningen of modellen)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2007

1. De Organisatie zal de Regering onverwijld in kennis stellen van: de namen van personeelsleden van de Organisatie die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen; hun aankomst en definitieve vertrek en de data waarop zij hun functie aanvangen en beëindigen; de namen en de aankomst en het definitieve vertrek van inwonende gezinsleden van een personeelslid en het feit dat iemand niet langer inwonend is; en de namen en de aankomst en het definitieve vertrek van huis- en particuliere bedienden van personeelsleden van de Organisatie en het feit dat zij uit hun dienstbetrekking bij het personeelslid zijn getreden. 2. De Regering zal aan de volgende personen identiteitskaarten verstrekken: de Directeur-Generaal en de personeelsleden van de Organisatie die hun werkzaamheden in Nederland uitoefenen; hun inwonende gezinsleden die niet de Nederlandse nationaliteit hebben of duurzaam verblijf houden in Nederland; hun inwonende gezinsleden die de Nederlandse nationaliteit hebben of die duurzaam verblijf houden in Nederland, indien de Organisatie aantoont dat zulks in het belang van de Organisatie noodzakelijk is; niet de Nederlandse nationaliteit en geen geldige verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezittende huis- en particuliere bedienden van personeelsleden van de Organisatie. 3. De Organisatie zal de op de identiteitskaart te vermelden persoonsgegevens aan de Regering ter hand stellen. De ontvangende Regeringsinstantie zal de gegevens slechts voor de toepassing van het Protocol en deze Overeenkomst aan andere Regeringsinstanties ter hand stellen. De gegevens zijn onderworpen aan de Nederlandse wetgeving inzake gegevensbescherming. 4. De Organisatie zal de identiteitskaarten van de in het tweede lid van dit artikel genoemde personen na beëindiging van de tewerkstelling van de betrokken personen terugzenden, met inachtneming van de in artikel 8, tweede lid, van deze Overeenkomst gestelde redelijke termijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel