Naar hoofdinhoud
1. De uitgaven van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep worden gedekt: door de eigen middelen van het Gemeenschappelijk Hof van beroep; door de financiële bijdragen van de Verdragsluitende Staten, die worden vastgesteld overeenkomstig de uit artikel 20 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag voortvloeiende verdeelsleutel. 2. Elke Verdragsluitende Staat kan aan het Europese Octrooibureau verzoeken om aan het Gemeenschappelijk Hof Beroep de krachtens het eerste lid, sub b), door die Staat verschuldigde bijdragen te betalen door het bedrag daarvan in te houden op de krachtens artikel 20, tweede lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag aan die Staat verschuldigde ontvangsten. 3. Het in artikel 20, zesde lid, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag bedoelde onderzoek betreffende de financieringsregeling voor de bijzondere organen van het Europees Octrooibureau strekt zich ook uit tot de bepalingen van het eerste lid. Na dit onderzoek kan dit artikel ook op voorstel van de Commissie, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen met eenparigheid van stemmen worden gewijzigd. 4. De artikelen 42 tot en met 48 van het Europees Octrooiverdrag zijn van toepassing op het Gemeenschappelijk Hof van Beroep met dien verstande dat de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie wordt vervangen door de Administratieve Commissie en de Voorzitter van het Europees Octrooibureau door de President van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep. 5. De rekeningen van alle ontvangsten en uitgaven van de begroting alsmede de balans van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep worden geverifieerd door de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen. De verificatie, die aan de hand van de stukken en indien nodig ter plaatse geschiedt, heeft ten doel de wettigheid en de regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven vast te stellen, alsmede een gezond financieel beheer te waarborgen. Na de afsluiting van ieder begrotingsjaar stelt de Rekenkamer een verslag op. 6. De President van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep legt ieder jaar aan de Administratieve Commissie de rekeningen voor die betrekking hebben op de financiële handelingen in het voorafgaande begrotingsjaar alsmede de balans van bezittingen en schulden van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, vergezeld van het verslag van de Rekenkamer. 7. De Administratieve Commissie keurt de jaarrekening alsmede het verslag van de Rekenkamer goed en verleent de President van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep kwijting voor de uitvoering van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel