**1.** Naast de elders in deze Overeenkomst omschreven bevoegdheden heeft de Bank de bevoegdheid:
in lidstaten of elders fondsen te lenen, met dien verstande evenwel dat:
de Bank, alvorens zij haar schuldbrieven op het grondgebied van een land verkoopt, toestemming van dat land heeft gekregen; en
de Bank, wanneer de schuldbrieven van de Bank worden gesteld in de valuta van een lid, toestemming van dat lid heeft gekregen;
fondsen die niet benodigd zijn voor haar werkzaamheden te beleggen of in bewaring te geven;
waardepapieren die de Bank heeft uitgegeven of gegarandeerd, of waarin zij middelen heeft belegd, te kopen en te verkopen op de secundaire markt;
waardepapieren te garanderen waarin zij middelen heeft belegd, ten einde de verkoop daarvan te vergemakkelijken;
emissiegaranties te geven, of daarin deel te nemen, voor waardepapieren die worden uitgegeven door een onderneming voor doeleinden die verenigbaar zijn met het doel en de taken van de Bank;
technische raad en bijstand te geven die haar doelstelling dienen en binnen haar taken vallen;
alle andere bevoegdheden uit te oefenen en alle regels en voorschriften aan te nemen die nodig of geschikt zijn voor de bevordering van haar doel en taken, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst, en;
samenwerkingsovereenkomsten te sluiten met openbare of particuliere lichamen.
**2.** Ieder waardepapier dat door de Bank is uitgegeven of gegarandeerd draagt op de voorzijde duidelijk zichtbaar een verklaring, inhoudende dat het geen schuldbrief van een Regering of lid is, tenzij dit wel het geval is, in welk geval dit dient te worden vermeld.
HOOFDSTUK IV
Artikel 20
Algemene bevoegdheden
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991