Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 24

Raad van Gouverneurs: bevoegdheden

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991

1. Alle bevoegdheden van de Bank berusten bij de Raad van Gouverneurs. 2. De Raad van Gouverneurs kan aan de Raad van Bewind al zijn bevoegdheden, of enkele daarvan, overdragen, met uitzondering van de bevoegdheid: nieuwe leden toe te laten en voorwaarden voor hun toelating vast te stellen; het maatschappelijk kapitaal van de Bank te verhogen of te verlagen; een lid te schorsen; te beslissen omtrent beroepen die zijn ingesteld naar aanleiding van interpretaties of toepassingen van deze Overeenkomst door de Raad van Bewind; machtiging te verlenen tot het aangaan van overeenkomsten van algemene aard tot samenwerking met andere internationale organisaties; de Bewindvoerders en de President van de Bank te kiezen; de beloning van de Bewindvoerders en hun plaatsvervangers en het salaris en de andere voorwaarden van het arbeidscontract van de President vast te stellen; de balans en de winst- en verliesrekening van de Bank goed te keuren na kennisneming van het rapport van de accountants; de reserves en de toewijzing en verdeling van de netto-winst van de Bank vast te stellen; wijzigingen in deze Overeenkomst aan te brengen; te besluiten de werkzaamheden van de Bank te beëindigen en haar activa te verdelen; en alle andere bevoegdheden uit te oefenen die in deze Overeenkomst uitdrukkelijk zijn voorbehouden aan de Raad van Gouverneurs. 3. De Raad van Gouverneurs behoudt de volledige bevoegdheid gezag uit te oefenen over aangelegenheden die ingevolge het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, of elders in deze Overeenkomst, zijn overgedragen of toegewezen aan de Raad van Bewind.

Rechtspraak bij dit artikel