**1.** De Raad van Gouverneurs kiest met een meerderheid van het totale aantal Gouverneurs die ten minste een meerderheid van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen, een President van de Bank. De President mag tijdens het bekleden van zijn functie geen Gouverneur, Bewindvoerder of plaatsvervanger van een van beiden zijn.
**2.** De ambtstermijn van de President is vier (4) jaar. Hij kan worden herkozen. Hij treedt echter af wanneer de Raad van Gouverneurs zulks besluit met een meerderheid van ten minste twee derde van de Gouverneurs die ten minste twee derde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen. Indien door enige oorzaak de functie van President openvalt, kiest de Raad van Gouverneurs, in overeenstemming met de bepalingen van het eerste lid van dit artikel, een opvolger voor ten hoogste vier (4) jaar.
**3.** De President heeft geen stemrecht, behoudens het recht een beslissende stem uit te brengen in geval van staking der stemmen. Hij kan deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van Gouverneurs en zit de vergaderingen van de Raad van Bewind voor.
**4.** De President vertegenwoordigt de Bank in rechte.
**5.** De President is het hoofd van het personeel van de Bank. Hij is verantwoordelijk voor de organisatie, de aanstelling en het ontslag van het leidinggevend en ander personeel overeenkomstig de door de Raad van Bewind te stellen regels. Bij het aanstellen van leidinggevend en ander personeel schenkt hij, rekening houdend met het primaire belang van doelmatigheid en technische bekwaamheid, de nodige aandacht aan aanwerving op basis van een brede geografische spreiding onder de leden van de Bank.
**6.** De President leidt de lopende zaken van de Bank volgens de aanwijzingen van de Raad van Bewind.
HOOFDSTUK VI
Artikel 30
De President
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991