Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 36

Toewijzing en uitkering van de netto-inkomsten

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991

1. De Raad van Gouverneurs stelt ten minste eenmaal per jaar vast welk deel van de netto-inkomsten van de Bank, na voorziening van de reserves en, indien noodzakelijk, voor het dekken van de eventuele verliezen ingevolge artikel 17, eerste lid, van deze Overeenkomst, wordt toegewezen aan het surplus of aan andere doeleinden, en welk gedeelte eventueel wordt uitgekeerd. Een besluit ter zake van de toewijzing van de netto-inkomsten van de Bank aan andere doeleinden wordt genomen met een meerderheid van ten minste twee derde van de Gouverneurs die ten minste twee derde van het totale aantal stemmen van de leden vertegenwoordigen. Er vindt geen toewijzing of uitkering plaats voordat de algemene reserve ten minste tien (10) procent van het maatschappelijk kapitaal bedraagt. 2. Elke in het voorgaande lid bedoelde uitkering vindt plaats in verhouding tot het aantal volgestorte aandelen dat elk lid in zijn bezit heeft, met dien verstande dat bij de berekening van dit aantal slechts wordt gelet op betalingen in contanten en promessen met betrekking tot die aandelen die aan of voor het einde van het desbetreffende boekjaar zijn ontvangen en verzilverd. 3. Betalingen aan een lid geschieden op de door de Raad van Gouverneurs te bepalen wijze. Een lid kan geen beperkingen opleggen ten aanzien van bedoelde betalingen en het gebruik daarvan door het ontvangende land.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel