Rechtsvorderingen tegen de Bank kunnen slechts worden ingesteld voor een bevoegde rechter op het grondgebied van een land waarin de Bank een kantoor heeft, een vertegenwoordiger heeft aangewezen voor het aannemen van gerechtelijke aanzeggingen, of waardepapieren heeft uitgegeven of gegarandeerd. Er mag evenwel geen vordering worden ingesteld door leden of personen die optreden voor of vorderingen hebben op leden. Eigendommen en activa van de Bank zijn vóór het uitspreken van het eindvonnis tegen de Bank vrij van inbeslagneming, beslaglegging of executie, ongeacht waar deze zich bevinden en ongeacht wie deze in bezit heeft.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 46
Rechtspositie van de Bank met betrekking tot rechtsgedingen
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991