Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VIII

Artikel 53

Vrijstelling van belasting

Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991

1. In het kader van de officiële werkzaamheden van de Bank, zijn haar activa, eigendommen en inkomsten vrijgesteld van alle directe belastingen. 2. Wanneer door de Bank aankopen worden gedaan en diensten worden gebruikt die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de officiële werkzaamheden van de Bank, en wanneer de prijs van deze aankopen en diensten belastingen en heffingen omvat, treft het lid dat deze belastingen en heffingen heeft geïnd, indien deze als zodanig herkenbaar zijn, de nodige maatregelen om vrijstelling te verlenen voor bedoelde belastingen en heffingen of om te voorzien in terugbetaling daarvan. 3. Goederen die door de Bank worden ingevoerd en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de officiële werkzaamheden van de Bank, worden vrijgesteld van alle invoerrechten en -heffingen, alsook van alle invoerverboden en -beperkingen. Evenzo worden goederen die door de Bank worden uitgevoerd en die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van haar officiële werkzaamheden vrijgesteld van alle uitvoerrechten en -heffingen, alsook van alle uitvoerverboden en -beperkingen. 4. Aangekochte of ingevoerde goederen die ingevolge dit artikel zijn vrijgesteld, mogen niet worden verkocht, verhuurd, uitgeleend of weggegeven, hetzij tegen betaling, hetzij kosteloos, tenzij in overeenstemming met de voorwaarden vastgesteld door de leden die vrijstellingen of terugbetalingen hebben toegekend. 5. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op belastingen of heffingen die niet meer zijn dan vergoedingen voor diensten van openbaar nut. 6. Bewindvoerders, plaatsvervangend Bewindvoerders, leidinggevende en andere personeelsleden van de Bank zijn onderworpen aan een interne belasting ten gunste van de Bank te heffen over door de Bank betaalde salarissen en vergoedingen, met inachtneming van de door de Raad van Gouverneurs binnen een jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst vast te leggen voorwaarden en aan te nemen regels. Vanaf de datum waarop deze belasting wordt geheven, zijn bedoelde salarissen en vergoedingen vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting. De leden kunnen evenwel de aldus vrijgestelde salarissen en vergoedingen in aanmerking nemen bij de bepaling van het bedrag van de belasting die wordt geheven over inkomsten uit andere bronnen. 7. Niettegenstaande de bepalingen van het zesde lid van dit artikel kan een lid te zamen met zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring een verklaring nederleggen waarin dat lid zich voor zichzelf of zijn staatskundige onderdelen of plaatselijke overheden het recht voorbehoudt salarissen en vergoedingen, door de Bank betaald aan burgers of onderdanen van het desbetreffende lid, te belasten. De Bank is vrijgesteld van iedere verplichting tot betaling, inhouding of inning van bedoelde belastingen. Bedoelde belastingen worden niet door de Bank terugbetaald. 8. Het zesde lid van dit artikel is niet van toepassing op door de Bank betaalde pensioenen en lijfrenten. 9. Er wordt geen belasting geheven, van welke aard ook, op door de Bank uitgegeven schuldbekentenissen of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en renten daarvan, ongeacht wie deze in bezit heeft: die een discriminatie inhoudt tegen zodanige schuldbekentenissen of waardepapieren, uitsluitend omdat deze zijn uitgegeven door de Bank, of indien de plaats in de valuta waarvan deze zijn uitgegeven, betaalbaar worden gesteld of worden betaald, of de plaats waar een kantoor van de Bank is gevestigd of waar zij haar bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn. 10. Er wordt geen belasting, van welke aard ook, geheven op door de Bank gegarandeerde schuldbekentenissen of waardepapieren, met inbegrip van de dividenden en renten daarvan, ongeacht wie deze in bezit heeft: die een discriminatie inhoudt tegen zodanige schuldbekentenissen of waardepapieren, uitsluitend omdat deze zijn gegarandeerd door de Bank, of de plaats waar een kantoor van de Bank is gevestigd of waar zij haar bedrijf uitoefent, de enige rechtsgrond voor een dergelijke belasting zou zijn.

Rechtspraak bij dit artikel