De in dit hoofdstuk omschreven immuniteiten, voorrechten en vrijstellingen worden verleend in het belang van de Bank. de Raad van Bewind kan, in de mate en onder de voorwaarden die het bepaalt, afstand doen van de in dit hoofdstuk omschreven immuniteiten, voorrechten en vrijstellingen in gevallen waarin een dergelijk handelen naar zijn oordeel in het belang van de Bank gewenst wordt geacht. De President heeft het recht en de plicht afstand te doen van een immuniteit, voorrecht of vrijstelling ten aanzien van een leidinggevend of ander personeelslid of een deskundige van de Bank, niet zijnde de President of een Vice-President van de Bank, ingeval de immuniteit, het voorrecht of de vrijstelling naar zijn oordeel een goede rechtspleging in de weg zou staan en daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan de belangen van de Bank. In soortgelijke omstandigheden en onder dezelfde voorwaarden heeft de Raad van Bewind het recht en de plicht afstand te doen van een immuniteit, voorrecht of vrijstelling ten aanzien van de President en elke Vice-President.
HOOFDSTUK VIII
Artikel 55
Afstand van immuniteiten, voorrechten en vrijstellingen
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991