Wanneer onenigheid ontstaat tussen de Bank en een lid dat heeft opgehouden lid te zijn, of tussen de Bank en een lid nadat is besloten de werkzaamheden van de Bank te beëindigen, wordt de onenigheid onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie (3) scheidsrechters, een te benoemen door de Bank, een tweede door het betrokken lid of voormalige lid en de derde door de President van het Internationale Gerechtshof of een andere autoriteit die daartoe bij een door de Raad van Gouverneurs te treffen regeling is aangewezen, tenzij de partijen anders overeenkomen. Een gewone meerderheid van de stemmen der scheidsmannen is voldoende om tot een beslissing te komen die onherroepelijk en bindend is voor de partijen. De derde scheidsman is volledig bevoegd over alle vragen betreffende de procedure te beslissen indien daaromtrent tussen de partijen verschil van mening bestaat.
HOOFDSTUK IX
Artikel 58
Arbitrage
Onderdeel van Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 28 maart 1991