Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Geschillen

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de bouw en exploitatie van een Europese Synchrotronstralingsinstallatie· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 23 juli 2016

1. De Overeenkomstsluitende Partijen streven ernaar om door onderhandelingen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van deze Overeenkomst te beslechten. 2. Als de Overeenkomstsluitende Partijen er niet in slagen het eens te worden over het oplossen van een geschil, zal ieder van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen het geschil voor beslissing kunnen voorleggen aan een scheidsgerecht. 3. Elke partij in het geschil stelt een scheidsrechter aan. Als het echter om een geschil gaat tussen een Overeenkomstsluitende Partij en twee of meer andere Overeenkomstsluitende Partijen, zullen deze laatste gezamenlijk een scheidsrechter aanstellen. De aldus aangewezen scheidsrechters kiezen een hoofdscheidsrechter, onderdaan uit een andere Staat dan de Staten van de bij het geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen, om de functie van hoofdscheidsrechter en van Voorzitter van het scheidsgerecht waar te nemen; in geval van staking van stemmen van de scheidsrechters, zal de hoofdscheidsrechter over een beslissende stem beschikken. De scheidsrechters moeten worden aangesteld binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum van het neerleggen van het verzoek het geschil te beslechten door arbitrage, en de Voorzitter binnen drie maanden vanaf die datum. 4. Als de in voorgaand punt gepreciseerde termijnen niet worden nageleefd en er geen andere regeling is getroffen, kan elke bij het geschil betrokken partij de Voorzitter van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzoeken de nodige aanstellingen te doen. 5. Het scheidsgerecht beslist bij gewone meerderheid. 6. Het scheidsgerecht neemt zijn beslissingen op basis van paragraaf 1 van Artikel 38 van het Statuut van het Internationaal Hof van Justitie. Zijn beslissingen zijn bindend. 7. Het scheidsgerecht stelt zijn procedureregels vast overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk III - Titel IV van het Verdrag van Den Haag van 18 oktober 1907 met betrekking tot de Vreedzame Regeling van Internationale Geschillen. 8. Elke partij in het geschil draagt haar eigen kosten en een gelijk deel in de kosten van de arbitrageprocedures. 9. De bepalingen van dit Artikel, behalve die van bovenstaand punt 6, geldende ook voor alle geschillen die rijzen tussen de Leden betreffende de werkzaamheden van de Vennootschap en welke volgens artikel 26 van de Statuten voorgelegd moeten worden aan de Overeenkomstsluitende Partijen. Het scheidsgerecht beslist op basis van de rechtsregels die van toepassing zijn op het aan zijn oordeel onderworpen geschil. Inwerkingtreding voorheen volgens Trb. 2008/45 gesteld op 9 juli 2004. Inwerkingtreding voorheen volgens Trb. 2008/45 gesteld op 9 juli 2004.

Rechtspraak bij dit artikel