Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Bijdragen

Onderdeel van Overeenkomst betreffende de bouw en exploitatie van een Europese Synchrotronstralingsinstallatie· Arbitrage

Deze tekst geldt sinds 23 juli 2016

1. De Franse Overeenkomstsluitende Partij stelt het terrein in Grenoble, zoals aangegeven op de plattegrond opgenomen in bijlage 4, volledig kosteloos en bouwrijp ter beschikking van de Vennootschap. 2. De Leden dragen bij in de bouwkosten, exclusief BTW, in de volgende verhoudingen: 33% voor Leden van de Franse Republiek (inclusief een terreinpremie van 10%); 23% voor Leden van de Bondsrepubliek Duitsland; 14% voor Leden van de Italiaanse Republiek; 12% voor Leden van het Verenigd Koninkrijk; 6% in totaal voor Leden van het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden; 4% voor Leden van het Koninkrijk Spanje; 4% in totaal voor Leden van het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, het Koninkrijk Noorwegen en het Koninkrijk Zweden; 4% voor Leden van de Zwitserse Bondsstaat. Verhogingen van bijdragen van de Overeenkomstsluitende Partijen of bijdragen van Regeringen die tot deze Overeenkomst toetreden overeenkomstig artikel 12, worden gebruikt om de bijdrage van Leden van iedere Overeenkomstsluitende Partij die meer bedraagt dan 4%, te verminderen met een bedrag evenredig aan hun bijdrage op dat ogenblik, de terreinpremie van 10% buiten beschouwing gelaten. 3. De Leden dragen bij in de exploitatiekosten, exclusief BTW, in de volgende verhoudingen: 27,5% voor Leden van de Franse Republiek (inclusief een terreinpremie van 2%); 25,5% voor Leden van de Bondsrepubliek Duitsland; 15% voor Leden van de Italiaanse Republiek; 14% voor Leden van het Verenigd Koninkrijk; 6% in totaal voor Leden van het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden; 4% voor Leden van het Koninkrijk Spanje; 4% in totaal voor Leden van het Koninkrijk Denemarken, de Republiek Finland, het Koninkrijk Noorwegen en het Koninkrijk Zweden; 4% voor Leden van de Zwitserse Bondsstaat. Verhogingen van bijdragen van de Overeenkomstsluitende Partijen of bijdragen van Regeringen, die tot deze Overeenkomst toetreden overeenkomstig artikel 12, worden gebruikt om gelijkmatig de bijdragen te verminderen van de Franse Leden tot 26% en van de Duitse Leden tot 25% en, wanneer deze niveaus zijn bereikt, de bijdragen van Leden van iedere Overeenkomstsluitende Partij te verminderen met een bedrag evenredig aan hun bijdrage op dat ogenblik, waarbij de bijdrage van Leden van welke Overeenkomstsluitende Partij dan ook niet kleiner mag worden dan 4%. 4. Indien de Raad van oordeel is dat er een permanent en duidelijk gebrek aan evenwicht bestaat tussen de mate van gebruik van de installatie door wetenschappers van een bepaalde Overeenkomstsluitende Partij en de bijdrage van Leden van die Partij, kan de Raad maatregelen nemen om het gebruik van de installatie te beperken, tenzij de Overeenkomstsluitende Partijen het eens worden over een gepaste bijstelling van de in bovenvermeld punt 3 vastgestelde bijdragen. Inwerkingtreding voorheen volgens Trb. 2008/45 gesteld op 9 juli 2004. Inwerkingtreding voorheen volgens Trb. 2008/45 gesteld op 28 februari 1993.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel