Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK V › Afdeling 2

Artikel 39

Visa voor bezoekers van personen die door het Hof in hechtenis worden gehouden

Onderdeel van Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2008

1. Het Gastland treft passende voorzieningen om visa voor bezoekers van personen die door het Hof in hechtenis worden gehouden snel te behandelen. Visa voor bezoekers die familieleden zijn van een persoon die door het Hof in hechtenis wordt gehouden worden snel behandeld en, waar van toepassing, kosteloos of tegen een gereduceerd tarief verstrekt. 2. Op de visa voor de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bezoekers kunnen territoriale beperkingen van toepassing zijn. Visa kunnen worden geweigerd in het geval dat: de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bezoekers geen documenten kunnen overleggen ter staving van het doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden en waaruit blijkt dat zij over voldoende middelen van bestaan beschikken, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar hun land van herkomst of voor de doorreis naar een derde Staat, waar de toelating gewaarborgd is, dan wel in staat zijn deze middelen rechtmatig te verwerven; zij ter fine van weigering van toegang gesignaleerd staan; of zij worden beschouwd als een gevaar voor de openbare orde, de nationale veiligheid of de internationale betrekkingen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen. 3. Het Gastland kan aan de visa de voorwaarden of beperkingen verbinden die noodzakelijk zijn om schendingen van zijn openbare orde te voorkomen of de veiligheid van de betrokken persoon te beschermen. 4. Alvorens het tweede of derde lid van dit artikel toe te passen vraagt het Gastland het Hof om commentaar.

Rechtspraak bij dit artikel