De Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij een investering doet of voornemens is een investering te doen stemt ermee in elk geschil dat ontstaat in verband met die investering op verzoek van die onderdaan voor arbitrage of conciliatie voor te leggen aan het Centrum dat is opgericht krachtens het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van investeringsgeschillen tussen Staten en onderdanen van andere Staten.
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Islamitische Republiek Pakistan inzake economische samenwerking en bescherming van investeringen· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1989