Naar hoofdinhoud

TITEL III › Afdeling 2

Artikel 32

Artikel 32

Onderdeel van Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, gedaan te Lugano op 16 september 1988· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992

1. Het verzoek wordt gericht: in België, tot de rechtbank van eerste aanleg of tribunal de première instance; in Denemarken, tot de byret; in de Bondsrepubliek Duitsland, tot de President van een kamer van het Landgericht; in Griekenland, tot μονομελες; πρωτοδικείο; in Spanje, tot de Juzgado de Primera Instancia; in Frankrijk, tot de President van het tribunal de grande instance; in Ierland, tot het High Court; in IJsland, tot de héraδsdómari; in Italië, tot het corte d'appello; in Luxemburg, tot de President van het tribunal d'arrondissement; in Nederland, tot de President van de arrondissementsrechtbank; in Noorwegen, tot de herredsrett of byrett als namsrett; in Oostenrijk, tot het Landesgericht of het Kreisgericht; in Portugal, tot het Tribunal Judicial de Círculo; de beslissing wordt gegeven door de Juiz de Círculo; in Zwitserland: ten aanzien van beslissingen houdende een veroordeling tot betaling van een geldsom, tot het gerecht dat opheffing gelast/juge de la mainlevée/Rechtsöffnungsrichter/giudice competente a pronunciare sul rigetto dell'opposizione in het geval van de procedure krachtens de artikelen 80 en 81 van de Federale wet op vervolging wegens faillissementsschulden/Loi federale sur la poursuite pour dettes et la faillite/Bundesgesetz über Schuldbetreibung und Konkurs/Legge federale sulla esecuzione e sul fallimento; ten aanzien van beslissingen niet houdende een veroordeling tot betaling van een geldsom, tot de bevoegde exequaturrechter van het kanton/juge cantonal d'exequatur compétent/zustandiger kantonaler Vollstreckungsrichter/giudice cantonele competente a pronunciare 1'exequatur; in Finland, tot de ulosotonhaltija/överexejutor; in Zweden, tot de Svea hovratt; in het Verenigd Koninkrijk: in Engeland en Wales, tot het High Court of Justice of, in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen, tot het Magistrates' Court, door tussenkomst van de Secretary of State; in Schotland, tot het Court of Session of, ingeval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen, door tussenkomst van de Secretary of State, tot het Sheriff Court; in Noord-Ierland, tot het High Court of Justice of, in geval van een beslissing inzake onderhoudsverplichtingen, door tussenkomst van de Secretary of State, tot het Magistrates' Court. 2. Het relatief bevoegde gerecht is dat van de woonplaats van de partij tegen wie de tenuitvoerlegging wordt gevraagd. Indien deze partij geen woonplaats heeft in de aangezochte Staat, wordt de bevoegdheid bepaald door de plaats van tenuitvoerlegging.

Rechtspraak bij dit artikel