Naar hoofdinhoud

TITEL VII

Artikel 54 ter

Artikel 54 ter

Onderdeel van Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, gedaan te Lugano op 16 september 1988· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1992

1. Dit verdrag laat onverlet de toepassing door de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen van het op 27 september 1968 te Brussel ondertekende verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken en van het op 3 juni 1971 te Luxemburg ondertekende protocol betreffende de uitlegging van genoemd verdrag door het Hof van Justitie, zoals gewijzigd bij de verdragen betreffende de toetreding tot genoemd verdrag en tot genoemd protocol door de tot de Europese Gemeenschappen toetredende Staten, welk geheel van deze verdragen en van dit protocol hierna het „Verdrag van Brussel” worden genoemd. 2. Dit verdrag is echter in elk geval van toepassing: ten aanzien van de rechterlijke bevoegdheid, indien de verweerder woonplaats heeft op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschappen of indien de artikelen 16 of 17 van dit verdrag de gerechten van een dergelijke Verdragsluitende Staat bevoegdheid verlenen; ten aanzien van aanhangigheid of samenhang zoals bedoeld in de artikelen 21 en 22, indien procedures zijn aangespannen in een Verdragsluitende Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschappen en in een Verdragsluitende Staat die wel lid is van de Europese Gemeenschappen; ten aanzien van erkenning en tenuitvoerlegging, indien de Staat van herkomst of de aangezochte Staat geen lid is van de Europese Gemeenschappen. 3. Behalve op de gronden genoemd in titel III kan erkenning of tenuitvoerlegging worden geweigerd indien de rechterlijke bevoegdheidsgrond waarop de beslissing gebaseerd is, verschilt van de grond krachtens dit verdrag en erkenning of tenuitvoerlegging wordt geëist tegen een partij met woonplaats in een Verdragsluitende Staat die geen lid is van de Europese Gemeenschappen, tenzij de beslissing volgens het recht van de aangezochte Staat anderszins kan worden erkend of ten uitvoer kan worden gelegd.

Rechtspraak bij dit artikel