De douaneautoriteit van de ene Staat houdt, uit eigen beweging of op verzoek van de douaneautoriteit van de andere Staat, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en mogelijkheden, toezicht op:
de bewegingen, inzonderheid het betreden en verlaten van haar grondgebied van personen die strafbare feiten hebben begaan of die ervan worden verdacht strafbare feiten te hebben begaan op het gebied van de douanewetten van de andere Staat, of waarvan wordt vermoed dat zij dergelijke strafbare feiten begaan;
voertuigen, schepen, luchtvaartuigen en andere vervoermiddelen die zijn gebruikt of waarvan wordt vermoed dat ze zijn gebruikt voor het begaan van strafbare feiten op het gebied van de douanewetten van de andere Staat of waarvan wordt vermoed dat zij worden gebruikt om dergelijke strafbare feiten te begaan;
verplaatsingen van goederen waarvan door de douaneautoriteit van de andere Staat is medegedeeld dat zij het voorwerp uitmaken van een omvangrijk ongeoorloofd verkeer naar of uit haar grondgebied;
plaatsen waar abnormale goederenvoorraden zijn aangelegd, waardoor er aanleiding bestaat aan te nemen dat deze zullen worden gebruikt voor ongeoorloofde invoer in het grondgebied van de andere Staat.
Paragraaf
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake wederzijdse bijstand in douanezaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 19 januari 1986