Wanneer de ambtenaren van de ene Staat zich, in de gevallen waarin deze Overeenkomst voorziet, bevinden op het grondgebied van de andere Staat, moeten zij, indien hun daarom wordt verzocht, hun ambtelijke hoedanigheid aantonen.
Paragraaf
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Zweden inzake wederzijdse bijstand in douanezaken· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 19 januari 1986