Naar hoofdinhoud
1). De Regeringen van de Islamitische Republiek Iran en de Verenigde Staten van Amerika, geleid door de wens een aantal bepalingen van de Verklaring van de Regering van de Democratische Volksrepubliek Algerije van 19 januari 1981 uit te voeren, hebben De Nederlandsche Bank te Amsterdam als een voor beide partijen aanvaardbare centrale bankinstelling uitgekozen om het beheer op zich te nemen van een bank die zal optreden als Depositaris van de gelden, gestort op het Garantiefonds dat bij bovengenoemde Verklaring is ingesteld. 2). De Nederlandse Regering stemt in met de aanwijzing van De Nederlandsche Bank voor deze taak, waarvan de uitvoering afhankelijk is van de bepalingen van deze overeenkomst en van de nog te bereiken overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten of de centrale banken van de andere betrokken Staten en De Nederlandsche Bank en de Depositaris inzake de voorwaarden waarop laatstgenoemden hun taak zullen uitvoeren. De overeenkomst of overeenkomsten die door De Nederlandsche Bank en de Depositaris inzake deze kwestie met de autoriteiten of de centrale banken van de andere Staten is of zijn gesloten, worden hierna „technische overeenkomsten” genoemd. 3). Gelet op het internationale en openbare karakter van de bovenvermelde, aan De Nederlandsche Bank en de Depositaris toevertrouwde taken, genieten deze banken bij de uitoefening van hun functies immuniteit van rechtsmacht in elk van de Overeenkomstsluitende Staten, zoals hierna is omschreven.

Rechtspraak bij dit artikel