Iedere Partij neemt alle praktisch uitvoerbare en redelijke maatregelen in het kader van haar onderwijsstelsel en in overeenstemming met haar constitutionele, wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen ten einde procedures op te stellen die zijn gericht op een billijke en doeltreffende beoordeling van de vraag of vluchtelingen, ontheemden en personen die in een situatie vergelijkbaar met die van vluchtelingen verkeren, voldoen aan de ter zake doende eisen gesteld voor toegang tot hoger onderwijs, tot verdere programma's voor hoger onderwijs of tot de arbeidsmarkt, zelfs in de gevallen waarin de op het grondgebied van één der Partijen verkregen kwalificaties niet door documenten kunnen worden aangetoond.
HOOFDSTUK VII
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Verdrag inzake de erkenning van getuigschriften betreffende hoger onderwijs in de Europese regio· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 mei 2008