**1.** Elke Partij stelt een of meer autoriteiten verantwoordelijk voor het toezicht op de naleving van de maatregelen in haar nationale recht waarmee uitvoering wordt gegeven aan de grondbeginselen vervat in de hoofdstukken II en III van het Verdrag en in dit Protocol.
**2.** Daartoe beschikken de bedoelde autoriteiten in het bijzonder over onderzoeks- en interventiebevoegdheden, alsmede over de bevoegdheid om in rechte op te treden dan wel de bevoegde gerechtelijke autoriteiten te attenderen op schendingen van bepalingen van nationaal recht, welke bepalingen uitvoering geven aan de grondbeginselen, bedoeld in het eerste lid van artikel 1 van dit Protocol.
Elke toezichthoudende autoriteit behandelt klachten ingediend door personen terzake van de bescherming van hun rechten en fundamentele vrijheden met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens die onder haar bevoegdheid vallen.
**3.** De toezichthoudende autoriteiten vervullen hun taken in volledige onafhankelijkheid.
**4.** Tegen beslissingen van de toezichthoudende autoriteiten die aanleiding geven tot klachten kan beroep bij de rechter worden ingesteld.
**5.** In overeenstemming met de bepalingen van hoofdstuk IV en onverminderd de bepalingen van artikel 13 van het Verdrag, werken de toezichthoudende autoriteiten met elkaar samen voor zover nodig voor de vervulling van hun taken, in het bijzonder door uitwisseling van alle nuttige informatie.
Artikel 1
Toezichthoudende autoriteiten
Onderdeel van Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens inzake toezichthoudende autoriteiten en grensoverschrijdend verkeer van gegeven· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2005