**1.** De Verdragsluitende Partijen werken naar vermogen samen bij het nemen van alle nodige, preventieve en corrigerende, maatregelen voor de bescherming van het mariene milieu en de kusten van het Caraïbisch gebied, vooral de kustgebieden van de eilanden van het gebied, tegen olielozingen.
**2.** Naar vermogen scheppen de Verdragsluitende Partijen de middelen en houden deze in stand, of verzekeren zulks, ten einde te kunnen optreden bij olielozingen en trachten zij het risico daarvan te beperken. Zodanige middelen omvatten de uitvaardiging, voor zover nodig, van ter zake dienende wetten, de opstelling van rampenplannen, de vaststelling en ontwikkeling van het vermogen tot optreden bij een olielozing, en de aanwijzing van een voor de tenuitvoerlegging van dit Protocol verantwoordelijke autoriteit.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 1986, 195 gesteld op 30 maart 1986.
Artikel 3
Algemene bepalingen
Onderdeel van Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 1986