In deze Overeenkomst betekent:
de uitdrukking „instellingen van hoger onderwijs”: alle universiteiten, hogescholen en andere instellingen van hoger onderwijs, die in het Koninkrijk der Nederlanden en in de „Landen” van de Bondsrepubliek Duitsland wettelijk worden beschouwd het karakter van hoger onderwijs te hebben en die gerechtigd zijn de doctorsgraad te verlenen, of waar studies met een academische graad of met een „staatsexamen” kunnen worden afgesloten;
de uitdrukking „academische graad”: elk diploma of elke graad, die door een instelling van hoger onderwijs als bewijs van de voltooiing van een studie wordt verleend;
de uitdrukking „staatsexamen”: de onder overheidstoezicht af te leggen tussentijdse en afsluitende examens met betrekking tot een studie aan een instelling van hoger onderwijs.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 23 maart 1983