In deze Overeenkomst betekent:
de uitdrukking „instellingen van hoger onderwijs”: alle universiteiten, hogescholen en andere instellingen van hoger onderwijs, die in het Koninkrijk der Nederlanden en in de Republiek Oostenrijk wettelijk worden beschouwd het karakter van hoger onderwijs te hebben en die gerechtigd zijn de doctorsgraad te verlenen, of waar studies met een academische graad of met een „staatsexamen” kunnen worden afgesloten;
de uitdrukking „academische graad”: elk diploma of elke graad, die door een instelling van hoger onderwijs als bewijs van de voltooiing van een studie wordt verleend;
de uitdrukking „examen” respectievelijk „staatsexamen”: zowel afsluitende examens als tussentijdse examens of deelexamens binnen het kader van een studie aan een instelling van hoger onderwijs.
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de erkenning van equivalenties op het gebied van het hoger onderwijs· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 februari 1987