Naar hoofdinhoud

TITEL V › HOOFDSTUK II

Artikel 50

Artikel 50

Onderdeel van Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2009

1. Albanië moet het op zijn grondgebied opzetten van werkzaamheden door vennootschappen en onderdanen uit de Gemeenschap vergemakkelijken. Daartoe verleent dat land vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst: voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die het verleent aan de eigen vennootschappen, of de behandeling die het verleent aan vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is, en voor de werkzaamheden van in Albanië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die wordt verleend aan de eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die wordt verleend aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is. 2. De partijen voeren geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die discriminerend zijn ten aanzien van de vestiging van communautaire of Albanese vennootschappen op hun grondgebied of ten aanzien van de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde communautaire of Albanese vennootschappen in vergelijking tot de eigen vennootschappen. 3. De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst: voor de vestiging van Albanese vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan eigen vennootschappen of de behandeling die zij verlenen aan vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is; voor de werkzaamheden van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van Albanese vennootschappen een niet minder gunstige behandeling dan de behandeling die de lidstaten verlenen aan hun eigen vennootschappen en filialen, of de behandeling die zij verlenen aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen, indien die behandeling gunstiger is. 4. Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de voorwaarden vast voor de uitbreiding van bovenstaande bepalingen tot de vestiging van onderdanen van beide partijen die economische activiteiten anders dan in loondienst wensen uit te oefenen. 5. Onverminderd het bepaalde in dit artikel: hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in Albanië onroerend goed te huren en te gebruiken; hebben dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als Albanese vennootschappen en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, dezelfde rechten als Albanese vennootschappen, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben; deze bepaling is niet van toepassing op natuurlijke hulpbronnen, landbouwgrond, bossen en bosbouwgrond. Zeven jaar na de inwerkintreding van de overeenkomst stelt de Stabilisatie- en associatieraad de voorwaarden vast voor de uitbreiding van de in dit lid vastgestelde rechten tot de uitgesloten sectoren.

Rechtspraak bij dit artikel