Elke Partij neemt de maatregelen van wetgevende aard en andere maatregelen die noodzakelijk zijn om de FIE, of, indien van toepassing, andere bevoegde autoriteiten of organen in staat te stellen onverwijld maatregelen te treffen, indien er een verdenking bestaat dat een transactie verband houdt met het witwassen van geld, teneinde de transactie op te schorten of er de goedkeuring aan te onthouden opdat deze geen doorgang vindt, kan worden geanalyseerd en de verdenking kan worden bevestigd. Elke Partij kan dergelijke maatregelen beperken tot gevallen waarin er melding is gedaan van een verdachte transactie. Op de maximum duur van een opschorting of het onthouden van goedkeuring aan een transactie zijn bepalingen van het nationale recht van toepassing.
Hoofdstuk III › AFDELING 2
Artikel 14
Opschorting van binnenlandse verdachte transacties
Onderdeel van Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme· Arbitrage
Deze tekst geldt sinds 1 december 2008