Naar hoofdinhoud
1. Elke aangewezen luchtvaartmaatschappij zendt uiterlijk een maand voorafgaand aan de aanvang van luchtdiensten op de routes omschreven in overeenstemming met artikel 2, tweede lid, van dit Verdrag en voorafgaand aan het begin van elke volgende vluchtschemaperiode het soort dienst, de te gebruiken typen luchtvaartuigen alsmede de vluchtschema’s toe aan de luchtvaartautoriteiten van de Verdragsluitende Partijen. Van wijzigingen op korte termijn dient onverwijld kennis te worden gegeven. 2. De luchtvaartautoriteiten van een Verdragsluitende Partij voorzien de luchtvaartautoriteiten van de andere Verdragsluitende Partij op verzoek van de periodieke of andere statistische gegevens van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen die redelijkerwijs verlangd kunnen worden ter beoordeling van de capaciteit die wordt geleverd door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van eerstgenoemde Verdragsluitende Partij op de routes omschreven in overeenstemming met artikel 2, tweede lid, van dit Verdrag. Dergelijke gegevens dienen alle benodigde informatie voor vaststelling van de hoeveelheid verkeer en de herkomst en bestemming van dat verkeer te omvatten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel